maandag 20 september 2010

Hello Kathmandu, nice to meet you

Nog maar enkele stappen op Nepalese bodem gezet en het contrast met India was direct groot. De Indische douane was ons liever kwijt dan rijk; in Nepal verwelkomden ze ons met open armen. Vriendelijke douaniers zijn een uitstervend ras, maar hier bestaan ze nog. We kregen zelfs tips om visa kosten te besparen. Maar minstens 1 ding veranderde alvast niet: transportperikelen. Na amper 5 minuten rijden, had onze bus motorpech...

Zozeer Delhi ons afstootte, zozeer trekt Kathmandu ons aan. Het oude stadscentum heeft een authentieke uitstraling, en in tegenstelling tot Brugge een laag Bokrijk gehalte. Hoewel Durbar Square werelderfgoed is, bruist het van het leven. Het is zalig on een cheeya (melkthee) te kopen op straat, je op de trappen van een tempel te placeren en het alledaagse leven te aanschouwen. Over 2 dagen is er een festival waarvoor alles in gereedheid wordt gebracht: praalwagens worden klaargezet, tempeltrappen, stupas en schrijnen worden herschilderd, en overal in de straten verschijnen nieuwe vlaggetjes en bloemenslingers, waardoor alles nog kleurrijker wordt dan het al was.

Bye bye India

De laatste week in India stond in het teken van wat broodnodige rust en het doorreizen richting Nepal. Na de trekkingen was de nood aan even zalig nietsdoen erg groot. Die rust vonden we inSarnath, een boedhistisch pelgrimsoord op een boogsheut van Varanasi. We vonden onderkomen bij Dr. Jain,een plaatselijke weldoener die een project leidt om ook de kinderen van de laagte kaste naar school te kunnen laten gaan.
Na enkele dagen meenden we voldoende te zijn uitgerust om ons in de chaos van Varanasi te wagen. Niets was minder waar. De stad wasverschrikkelijk: lawaaierig,vuil, drukkend warm,... en opnieuw dezelfde rij van opdringerige bedelaars, riksjarijders, verkopers en sjoemelaars als inde vorige grootsteden. Een boottochtje op de Ganges bracht even wat rust,maar was eigenlijk een beetje ontgoochelend doordat het hoge waterpeil de meeste trappen verborg, er niet zoveel pelgrims aan het baden waren, de enkele overblijvende paleizen van weleer een troosteloze aanblik boden en nieuwe gebouwen de oever ontsierden. Na een dag hielden we het voor bekeken en vluchtten we naar Nepal.
Een Nepalees leerde ons dat INDIA staat voor I Never Do It Again. We zijn geneigd ons daarbij aan te sluiten, hoewel we zeker nog eens naar Ladakh willen terugkeren...

woensdag 15 september 2010

allemaal beestjes


Naast de talloze koeien die vrijuit op straat lopen, zijn er hier nog heel wat beesten en beestjes te bespeuren. Overal zagen we koeien, paardjes, ezels en kamelen voor karren gespannen. Her en der kruisten kleurrijke vlinders, rare kevers, zotte sprinkhanen, dikke rupsen en schichtige hagedissen ons pad. In Agra werd Steven bijna aangevallen door een aap, in Amber wilden ze ons als echte toeristen op een olifant zetten, in Sarnath lopen de gekko's over de muren en plafonds. Terwijl we dit typen loopt er trouwens een kolonne mieren langs onze computer. De eerste bergwandeling die we maakten heeft een zwarte labrador ons de hele tijd vergezeld. Toen er plots een aap uit de struiken opdook, holde zij erachteraan, maar kreeg hem niet te pakken. Een andere keer hoorden we plots een 'vvvwwwoaaammmmm' achter ons, we keken omhoog en waren superverrast toen we zagen dat op amper 5 meter boven onze hoofden een arend vloog. Ongelooflijke ervaring! Tijdens de trekking zagen we vele marmotten. Op het eerste zicht kon je je bij de dikste versies een zeehond voorstellen, zo vet hobbelden ze over de rotsen. Naast de vele dzo's zagen we ook welgeteld 1 echte yak. Een groot beest is dat! Maar aan de roofvogelervaring kan echt niks tippen... Tenzij een yeti in Nepal misschien?

Wegenbouw


Ofschoon India zich ontwikkelt tot een economische grootmacht, wordt er nog massaal beroep gedaan op handenarbeid. Kunstig marmersnijwerk en pietra dura vergen een fijne, vakkundige hand. Chapeau voor die steenkappers. Maar wat de honderden, zoniet duizenden wegenwerkers klaarstomen, tart alle verbeelding. Ze kloppen op enorme rotsblokken graniet tot die barsten in verhandelbare blokken. Die stenen voorzien ze dan van rechte kanten zodat ze gestapeld en gemetseld kunnen worden. De muurtjes langs de kant van de weg dienen om te vermijden dat afrollend puin op het wegdek terechtkomt. Anderen kloppen rotsblokken tot kiezels, om te verwerken in beton of als onderlaag voor asfalt. Het vergt uren, dagen, weken, misschien zelfs maanden getik en geklop. Als de weg voldoende breed is uitgehouwen, of opgehoogd met behulp van de nodige steunmuren, en voorzien is van een kiezellaag wordt er een laagje grond opgelegd. En in de beste gevallen een flinterdun laagje asfalt. Ook dat laatste is volledig handenarbeid: smelten, gieten, egaliseren.

dinsdag 14 september 2010

Fotoreportage: Zanskar trek en beklimming Stok Kangri

Nu we toch bezig zijn, hierbij ook de fotos van de trekking door Zanskar en de beklimming van de Stok Kangri.

fotoreportage: op verkenning in india

Het is ons eindelijk gelukt om een paar fotos op te laden. De Indische www werkt niet altijd mee, trage verbindingen, elektriciteitsstoringen, vervelend toetsenbord,...
Maar op algemeen verzoek hebben we toch ons best gedaan. Klik op de foto om het picasa webalbum te bekijken.

maandag 13 september 2010

It's not about having fun, but about reaching the top


Tijdens onze trekking ontmoetten we Orit en Benjamin, een raar maar waar duits-israelisch koppel. Ze koesterden net als wij het plan om na de trekking de Stok Kangri te beklimmen. Algauw besloten we om het samen te proberen, zonder gids. Aangezien het een veelbeklommen berg is, zou de weg zichzelf moeten uitwijzen.




Om een berg te beklimmen moet je toestemming krijgen. Dit was de eerste hindernis. We hadden een groot deja-vu gevoel aan onze poging om een permit te verkrijgen voor de Spiti vallei. We werden van hier naar daar verwezen; een of andere amtenaar beweerde dat we niet mochten zonder reisbureau, maar na lang zoeken en navragen kwamen we aan een klein smal ijzeren deurtje van de Indian Mountaineering Foundation. Een hele bureaucratie: papieren invullen, kopies van pasporten en visa, en er dan de baan mee op om alles in vijfvoud te kopieren. Dan weer naar het instituut. We werden prompt gedeclareerd tot professional mountaineers, omdat we de beklimming zonder gids zouden doen. Daarna kregen we briefing door de baas van het IMF. Wat begon als een routebeschrijving, werd al gauw een beschrijving van de toppen die we te zien zouden krijgen, Mount Kailash, Nun en Kun, en vooral de ganse Karakoram Range met de K2. Vervolgens kregen we een monoloog te horen. De man bleek in 1960, als 18-jarige, de eerste te zijn die de Stok Kangri had beklommen en de, destijds, jongste Mount Everest beklimmer. Trots toonde hij fotos van weleer. Vervolgens stonden nog een ijsbijl, stijgijzers, pasta en veel koekjes en gedroogd fruit op ons boodschappenlijstje.




De bedoeling was om de eerste dag tot het eerste basecamp te stappen, we zouden stijgen van 3500 naar 5020 meter. Problemen met het openbaar vervoer (alweer) en te lange stops in de tea tents onderweg, maakten dat we beslisten om iets vlugger ons kamp te slaan (4600m). Omsingeld door marmotten en dzo's maakten we een heerlijke groenten-pasta-soep klaar (met zelfgemaakte pasta).


Op de 2de dag moesten we nog 3 uur verder stijgen naar het advanced base camp. Een prachtige slaapplaats (op 5300 meter) vlak naast de gletsjer en met zicht op de top. De rest van de dag bestond uit het verkennen van de gletsjer bij daglicht (hoe de gletsjerspleten te vermijden en waar we de bergkam moesten opkruipen), het bereiden van pakskesspaghetti en het nemen van wat rust. Ons internationaal gezelschap was inmiddels uitgebreid met een Pools koppel dat van onze opgedane expertise wilde gebruik maken.


Om 3 uur 's nachts stonden we op. De hemel was redelijk helder, en in de vrieskou stapten we de gletstjer op. Die kraakte af en toe vervaarlijk en het klonk echt beangstigend in onze oren, maar we geraakten vlot aan de overkant (het gekraak klinkt beangstigender dan het is). Het was al snel duidelijk dat we beiden al betere dagen gekend hadden. Er zat na de zware trekking en de tocht naar het advanced base camp niet te veel energie meer in de benen. Zelfs de pastasoep midden in de nacht heeft niet kunnen baten. Na een paar uur klauteren werden we beloond met een prachtige zonsopgang boven de Karakoram, de hangende gletsjer naast ons kreeg door de opkomende zon een mooie gloed. Ondertussen naderden we een hoogte van 6000 meter en dat werd echt voelbaar. De lucht was erg ijl. Na elke meter werd er gehijgd als na een sprint van 100 meter. Onze benen wogen loodzwaar en de pauzes volgden elkaar steeds vlugger op. Op het einde werd er na elke 5 stappen wel even getopt om op adem te komen. De bewolking nam toe en we haastten ons naar de top om de wolken voor te zijn. De laatste meters moesten we nog op handen en voeten over een reeks afbrokkelende stenen klimmen.


Eens boven was het zicht een beetje ontgoochelend. Door de bewolking kregen we geen Kailash en geen K2 te zien, enkel de nabije bergen. Maar het kon slechter. Een paar minuten later zat de top namelijk volledig in de mist. De hele weg terug viel er hagelsneeuw naar beneden. We kozen de kortste weg, bonden onze stijgijzers onder onze bottienen en daalden langs een steil sneeuwveld af. Precies wintervakantie! Na een lange en lastige afdaling bereikten we onze tenten. Pompaf maar voldaan kropen we onze slaapzak in.




De dagen erna, toen we terug in Leh waren, en vandaar zicht hadden op de bergen rond de stap, zagen we de Stok Kangri als hoogste top schitteren, en de idee dat we daar op 6153 meter hadden gestaan, schonk ons een fier een voldaan gevoel. Toch wel mooi gedaan!

zaterdag 11 september 2010

Zanskar gezien en (meer dan) goed bevonden


Van18 aug tot 4 sept hebben we de Zanskarvallei doorkruist. Voorzien van goede stapschoenen werden we op sleeptouw genomen door Sherab (onze gids en kok voor drie weken) en achtervolgd door een karavaan van 7 pony's en muilezels, een ponyman en een hulpkok. Het volledige verslag van dag tot dag uitschrijven, duurt ons wat te lang, maar een kort relaas van de voorbije weken willen we julie niet ontnemen.


Toen we naar het vertrekpunt van onze trekking reden, hingen in de dorpjes grote kleurrijke welkomsspandoeken over de weg. Wat voelden we ons vereerd! Al weten we niet of die voor ons bestemd waren, dan wel voor de Dalai Lama...


De eerste dag stond er een rustige inloopwandeling van 4 u op het programma, maar de gids wist ons doodleuk te vertellen dat we omwille van de moessongevolgen zouden doorwandelen tot een volgende kampplaats. Meteen goed voor 7u stapplezier. Hij marcheerde er op los, en wij gingen er achteraan, en dat maakte dat wij die hele trip in 5 u aflegden! Ook de dagen nadien zou blijken dat we er een stevig stapritme op nahouden!


Dag 2 vond Steven een hoefijzer en deed het zichzelf cadeau. Zo had hij een vervanging voor zijn mozaieksleutelhanger die de busreis van Keylong naar Manali niet had overleefd. Surrogaat. Kan niet tippen aan de originele geluksbrenger, maar is ook leuk. En grappig is dat enkele dagen later onze gids ook een hoefijzertje op zijn rugzak bond!
We zijn regelmatig kuddes paardjes tegengekomen die vanuit de andere richting terugkeerden van een kale reis. Dor het slechte weer in Leh hebben veel groepen hun trektocht blijkbaar afgelast. Geen inkomen voor de paardenmannen...


Net nu wij in Keylong begonnen waren om purificatietabletjes te gebruiken, om de plastic-flessen-berg niet te zeer te laten aangroeien, overhandigt onze fourier ons elke morgen een litertje fleswater... Maar onze drinkflessen worden daarnaast op onze vraag ook elke avond gevuld met gekookt (beek)water. Vandaag zouden we elk minstens een viertal liter vocht moeten absorberen. We zitten immers boven de 4000m (en de vuistregel is 1 l per 1000m) en we gaan de Shingo-La over (pas van 5100m). Thee, koffie, bouillon, soep, fruitsap en water a volente dus. En ook pap, toast, ei en konfituur, om de dag god te beginnen en er sterk op te staan.


dialoogje onderweg:
-Are you from Germany?
- No
-Where are you from?
-From Belgium
-Wich part of Belgium?
-The Flemish part
-Ah, wij ook!
(Het bleken mannen van de Kempem te zijn...)


Gestadig op en af gestapt doorheen brede valleien, omzoomd door heel wisselende rotsflanken, qua kleuren, qua steilte, qua vorm, qua gesteente, qua begroeiing... van canyonbergen, over zachte begroeide flanken, tot terrasvelden.
We werden uitgenodigd om eem trditioneel Ladhaki-huisjein een authentiek bergdorpje te bezoeken, bij de schoonzus van onze gids. We klommen de stenen treden van de buitentrap omhoog en kwamen binnen via de bovernruimte (stokkeerpaats), daalden dan een donkere trap af en namen plaats op de tapijten in de leefkeuken. Traditiegtrouw kregen we meteen rijstbier voorgeschoteld, met zampa (een soort meel van geroosterd graan). Vervolgens masalathee met koekjes, en daarna zoute boterthee. Onze gids bereidde ons ,onder goedkeurend oog van zijn schoonzus, churpay (een mix van boterthee, zampa, kaas en suiker) en liet ons churkir proeven (droge kaasbolletjes aan een ketting geregen). Van een sneukeltocht gesproken!


Dag 6 brachten we een bezoek aan het klooster van Pukthal, dat we bereikten na een wandeling door een immense kloof, en dat gelegen is als een arendsnest hoog tegen de rotsen. (Dank aan Elke om Greet te overtuigen dat we het moesten gezien hebben.) De monniken waren op bischoling, dus kregen we een rondleiding van een exentrieke Duitse boedhist (11 maanden per jaar is hij poppenspeer, 1 maand trekt hi zih terug in het klooster). Het complex van de 14de eeuw bevat 3 tempeltjes en talloze op lkaar gestapelde lemen huisjes. We kregen indrukwekkende eeuwenoude fresco's, thanka's, boeddhabeelden en houtsnijwerk te zien. Schrijnend was dat, naar boeddhistische gedachte over vergankelijkheid, deze kunstwerken niet degelijk worden geconserveerd of gerestaureerd, maar dat ze ze gewoon laten vervallen. Er waren al heel vee scheuren en plekken door waterschade. Zonde dat dit mooi zomaar verloren zal gaan... Volgns onze poppenspeler denken we te Europees...


Er wordt hier al jarenlang gewerkt aan een verbindingsweg tussen Darcha en Padum, em tussen Padum en Lamayuru. 2 lange saaie dagen stapten we over de stoffige jeepweg en het monotone asfalt...


Ongelooflijk dat gesteende zo verwrongen kan worden. (Lies, ik denk dat we fotomateriaal hebben voor je aardrijkskundelessen.) Horizontale, verticale, en diagonale lijnen, da's te begrijpen, maar voor parabolide lijnen die her en der opduiken, is ons verstand te klein. Vier uur gestapt vadaag. Het was bleodheet, er was geen spiertje wind, geen wolkje. Afzien...
Rivierkeien in de droge bedding af en toe vervloekt tijdens het stappen, maar er 's avonds fijn petanque mee gespeeld...


A nice way to start the day: volgepropt met een zwaar ontbijt (havermoutpap, kaasomelet en twee parantha's) kregen we meten een lange heling voorgeschoteld. Onze benen draaiden echt vierkant en de energie ging naar onze maag ipv naar onze benen. Langzaam maar zeker raakten de rulementen gesmeerd en stegen we stap voor stap in de richting van e Hanuma-La. Na etteljke keren van oever te zijn gewisseld, maakte de kloof waarin we aanvankelijk stapten plaats voor een ietwat surrealistisch landschap: bergen van gele leisteen en -schilfers (het leken wel duinen) temidden waarvan een zwarte rivierbedding zijn weg zocht. Eenzame sneeuw en een dood wit paard maakten het plaatje compleet. Hier haald Dali ongetwijfeld zijn inspiratie.
Na 4 uren stijgen, bereikten we eindelijk de pas. Onze monden vielen open van verbazing toen we zagen welke immense vallei, bergen en rotsen zich voor onze ogen ontrolden. Niet te vatten veelhid aan bergen, toppen, kleuren, vormen, lijnen.
In het uur dat volgde werd alle moeite van d ochtend plots teniet gedaan: 1000m (hoogteverschil)naar beneden. Al is afdalen zo mogelijk nog lastiger dan stijgen.


Fotografiefrustraties steken regelmatig de kop op: " Het kan er niet op", "Dat zal niks geven op foto", "De zon zit verkeerd", Als ik wil trekken, stopt hij/zij met lachen", "Ge gaat die dipete kwijt zijn", Het licht is te fel", "Het is te donker", "Ge gaat die kleuren niet zien",...


Het doet deugd om 's morgens met volle maag naar beneden te mogen stappen. Bij wijze van opwarming dalen we af tot Lingshed, een verrassend groot dorp dat ligt uitgespreid tussen de bergen en heuvels, met groene en geelkleurige veldjes en hier en daar een huisje. Lieflijk. Inzoomen op een fragment ervan, en je zou je in Toscane of Umbrie wanen. We klommen vervolgens langsheen het klosster, dat bestaat uit opeengestapede huisjes tegen een bergwand, en dan verder angs een heuse schaduwrijke wilgenlaan, vorbij de stupa's tot aan de voet van de Skiumpatta-La. Daar werd de chronometer ingedrukt en de klimtijdrit kon beginnen. 1 u gemiddeld is een mooi tijd. Steven en de gids klopten af op 45 minuten, en Greet bereikte de vlaggetjes 3 minuten later. Gezien deze mooie prestaties gebeurde de foto-en filmreportage met big smile ;-)


Dag 15 was de koninginnerit: klim naar en over de Sengge-La (Leeuwen-pas): met 5200m de hoogste van de trekking. De klim naar te top via een padje met ontelbare haarspeldbochten viel onverwacht goed mee, en ook het weer was ons goedgezind, wat maakte dat we een supermoi 360graden uitzicht hadden. We zijn meer dan een uur boven gebleven, hebben er onze gebedsvlaggetjes opgehangen die nu vrolijk wapperen in de wind, en een steentje bijgedragen met onze namen, en die van onze nichtjes en neefjes.


We worden meer en meer geconfronteerd met de gevolgen van de hevige regen van begin augustus. In Photoskar waren er duideljke stromen zichtbaar van modder en stenen die de hellingen waren afgelopen, akkers hadden bedolven en enkele huizen doen verdwijnen. een bejaard koppe had heel vee geluk geha: de steenmassa lag tot op amper 2 meter van hun huisje!
Over de Sirsir-a lazen we een plotse verbazing op het gezicht van onze gids. De reden was al snel duidelijk: de brug was verdwenen. Volledig vernield en weggespoeld. Hij fronste zijn voorhoofd en ging op zoek naar een doorwaadbare plaats. We ritsen onze broeken af, trokken onze schoenen uit, en kregen 1 voor 1 zijn sandalen aan onze voeten. We gaven hem een stevige hand en stapten moedig het snelstromende rivierwater in dat haast tot ons middel reikte. Dankzij de adrenaline voelden we de pijn van het ijskoude water niet...


De laatste avond van de trek kregen we een (licht verwachte) verrassing voorgeschoteld: Onze ploeg had het gearrageerd dat we in een heuse Ladakhiwoonkamer mochten dineren (met zitkussens langs de muur en fraai uitgesneden houten tafeltjes) en de gids had een chocoladecake gemaakt met onze namen erop geschreven. Tot zover het feest hoor, want het zijn echt weinig spraakzame mensen. Steeds enthousiast, vriendelijk en behulpzaam, maar hun Engels schiet tekort om er de avond mee door te brengen...

zondag 5 september 2010

Zanskar

De trekking door ladakh en zanskar zit erop. Door de wolkbreuken van begin augustus hebben we er 3 dagen langer over gedaan dan gepland. De ravage is wel groot, bruggen en wegen zijn op sommige plaatsen weggespoeld. In Leh is alles precies als normaal.
Een verslag volgt later.
groetjes